BOEKEN

BOEK

De vlindermaand

De vlindermaand

Ariëlla Kornmehl

Ariëlla Kornmehl vertelt over een jonge vrouw die er heel gewiekst in is om haar afgronden te omzeilen – tot het zorgvuldig opgebouwde evenwicht dreigt te verdwijnen.

Wat een prachtige natuur, vooral in de vlindermaand, en wat een prachtig land, zelfs in de winter! Direct na het afronden van haar studie geneeskunde is Joni uit Nederland naar Zuid-Afrika vertrokken, om zich daar als arts nuttig te maken. Weg van de familie, weg van haar zelfzuchtige ouders, weg van haar vriend, die er veel te rationeel mee om gaat dat ze nooit samen kinderen zullen krijgen.

In de Afrikaanse provincie heeft ze soms het gevoel dat het land te mooi, te heet en te geheimzinnig is, om nog treurig of woedend over 'thuis' te zijn. Haar nauwkeurig opgebouwde kader van plichten en gewoontes in het provinciale ziekenhuis en in haar dorpje biedt amper ruimte voor confrontaties met het verleden.

Haar leven heeft ze zodanig ingericht dat ze goed kan functioneren en dat ze de wereld op afstand kan houden. Haar erotische avonturen zijn opwindend voor het moment, maar eigenlijk laat ze niemand toe.

Behalve Zanele, een zoeloe, die in haar leven de plek van een grote zus heeft ingenomen. Ze is haar huishoudster maar toch ontstaat er door de ruimte die Joni haar geeft, een ongebruikelijke, bijna intieme vriendschap tussen de twee vrouwen. Met Zanele op de achtergrond kan Joni soms zelfs van het leven genieten.

Tot Zanele op een avond vertelt dat haar dochter ná echt iets moet leren, op school, ver weg. Joni reageert fel, ze wil niet dat Zanele vertrekt. Ariëlla Kornmehl vertelt over een jonge vrouw die er heel gewiekst in is om haar afgronden te omzeilen – tot het zorgvuldig opgebouwde evenwicht dreigt te verdwijnen.

De vlindermaand verscheen ook in Australië, Frankrijk, Duitsland, Israël, Italië en Turkije.

   

Het was tegen vieren in de ochtend, zoals altijd brandde het nachtlicht in het bewakershokje bij het hoekhuis. Ik reed de straat verder in, onze oprit op. Mbufu hoefde ik niet te zoeken, het was een gewone dinsdagnacht. Ik sloot mijn auto af en liep het huis in, waar ik onmiddellijk een tocht voelde. Waar kwam dat vandaan, op dit tijdstip? Was het misschien de keukendeur? Had Zanele die per ongeluk opengelaten?

Ik gooide mijn sleutels in het grijze bakje en liep voorzichtig de keuken in. Zowel de binnen- als buitenkeukendeur stonden inderdaad open. Vreemd. Ik keek in het paadje. Links. Rechts. Niets te zien. Het had vast met de wind te maken, die had ze krachtig opengeblazen. Ik sloot beide deuren, zoals we dat ’s nachts gewend waren. In de gang gooide ik mijn werktas op de grond. Vermoeid liep ik de trap op.

Bij het binnenlopen van mijn slaapkamer zag ik het meteen. Zelfs met het weinige licht dat brandde zag ik hoe alles overhoop was gehaald. Kleren uit laden gegooid, matrassen omver getrokken. Ik deed het licht aan, ik moest zien wat zich hier had afgespeeld. Ze hadden gewoon doorgeslapen, zelfs Mbufu had niets gehoord. Of was hij niet thuis?

Gelukkig had ik nachtdienst gehad, anders had ik deze mannen in de weg gelopen. En daar houden ze niet van. Er viel hier niets te halen. Ja, een televisie, maar zo’n zwaar oud ding dragen ze toch niet het huis uit? Ik besloot te gaan kijken, beneden, in de woonkamer. Op de een of andere manier voelde ik dat ze het huis al hadden verlaten, ik wist niet waar dat aan lag. Geërgerd dat ze binnen waren geweest, liep ik terug naar beneden. Ik hoefde niet bang te zijn, overtuigde ik mezelf, het kwaad was geschied.

Ik nam me voor om Zanele wakker te maken, om te laten zien wat er was gebeurd. Zelfs het licht hadden ze beneden niet aangedaan, het was stikdonker. Hoe kunnen ze de boel nou stelen in het donker? Of hadden ze het licht daarna weer uitgedaan?
De televisie stond er nog, ik zag de contouren in de duisternis. Ik liep door naar mijn werkkamer, daar hadden ze vast ook een puinhoop van gemaakt. Ineens hield ik stil. Hoorde ik toch een mens ademen? Of verbeeldde ik me dat?

Ja, ik hoorde iemand heel zacht ademhalen. Ik bewoog niet meer, ik was doodsbang, ineens, uit het niets, ik had het niet verwacht, mijn gevoel had me om de tuin geleid, er was hier iemand, vlakbij, in mijn werkkamer. Ik moest het licht aandoen, of stil blijven staan, wachten tot ik bij mijn keel werd gegrepen, ik wist het niet, mijn benen begonnen te trillen en ik wenste dat ik niet zo stom was geweest om gewoon het huis in te lopen, die open keukendeur, waarom had ik er niets uit op gemaakt, iedere debiel weet toch dat het niets met de wind te maken heeft, dat hier moordenaars met keukenmessen in mijn huis rondlopen om mijn witte keel door te snijden?

Mijn linkerhand drukte de schakelaar in, ik moest weten wat er aan de hand was.
Ik zakte door mijn knieën, hurkte naast haar neer. Ze lag op haar buik. Haar nachthemd tot aan haar middel geschoven. Haar benen slap, uit elkaar, alsof ze uitgeput waren. Om haar linkervoet haar slipje. Haar gesloten ogen. Ze had ze gehoord, ze gestoord in hun klus. Ik pakte haar romp vast en draaide haar voorzichtig om. Haar slappe hoofd viel achterover. Ik bekeek haar gezicht, haar borsten. Nog steeds die ademhaling, heel zacht.

Ik sloeg de flarden van haar nachthemd over haar borsten en trok haar overeind. Wat was ze nu zwaar.


Download het fragment als PDF

'De gekte waaraan Joni uiteindelijk ten prooi valt, beschrijft Kornmehl in een stijl die herinneringen oproept aan Janice Galloway en haar The Trick Is To Keep Breathing – de onderdrukte hysterie. Het Zuid-Afrika dat ze neerzet, is ontgoochelend. Voor troost is geen plaats. Voor politieke correctheid evenmin. Een beangstigend boek.' - de Volkskrant

'Hoe rauw de werkelijkheid ook wordt, Kornmehls stijl loodst je er wel doorheen. Toch toont ze haar protagoniste en diens wereld in alle complexiteit zonder oplossingen te bieden. Ze toont de buitenstaander en diens noodlot buitenstaander te blijven en zet daarmee aan 't denken: dat is kwaliteit.' - Recensieweb.nl

'Het is knap hoe Kornmehl de verhaallijnen van verleden en heden met elkaar vervlecht, zodat ze onlosmakelijk met elkaar verbonden blijven. Haar taalgebruik is simpel maar effectief en als verhalenvertelster is ze sinds Huize Goldwasser zeker gegroeid.' - Sp!ts

'Reading this book is like listening to a calm piano piece. It is built up of tiny notes, of sketches almost. It is clear and hard. It is a beautiful and worthy second novel.' - Marcel Möring

Boekverslag op Scholieren.com

“De vlindermaand” is een boeiende roman over de apartheid in Zuid-Afrika. Wie een buitenstaander (blanke) is zal niet kunnen doordringen tot de andere kring. Dat maakt Kornmehl in haar kleine roman schrijnend duidelijk. Het wordt daarmee wel een boeiende roman om te lezen, ook voor jonge mensen.

Bron: Scholieren.com

Discussietips op Vitaal.nl

Bron: Vitaal.nl

Bespreking op Recensieweb.nl

Je blijft een vreemde, en het beste dat je kunt doen is dat erkennen. En als je dat niet wilt of kunt, loopt het niet goed met je af, leert Ariëlla Kornmehls tweede roman De vlindermaand.

Bron: Recensieweb.nl